Bij: bijbelstudie 2, Dankoffer? Rechters 11:30-12:15

Hieronder vind je 3 extraatjes bij de bijbelstudie ‘Dankoffer?’ van de Stimulans van januari, over Rechters 11:30-12:15. De bijbelstudie is nu ook in MP3 te beluisteren. Kijk ook naar het XL-artikel bij Bijbelstudie 1: psalm 50, want dat past ook bij de tweede bijbelstudie over Jefta.

  • Links
  • Argumenten
  • Extra weetje

Links

Al eeuwenlang hebben Bijbelgeleerden verschil van mening over de vraag wat Jefta nu uiteindelijk heeft gedaan met zijn dochter. Heeft hij haar echt geofferd op een altaar? Of is ze wel blijven leven, maar als een soort non, in een leven dat aan de HEER is gewijd?

Je kunt meer over deze vragen lezen op een site van ds D. de Jong, de Bijbelknopendoos. Een tegengestelde mening kun je vinden bij prof. Peels. Op prekensite.nl vind je drie lezingen van hem over geweld in de Bijbel. In de derde lezing spreekt hij ook over Jefta (een verhaal van bijna een uur, hij spreekt van de 20e – 25e en van de 42e – 49e minuut over Jefta).

Argumenten

We zetten een paar van de belangrijkste argumenten op een rij.

Waarom er echt sprake zou zijn van een offer:

  1. De uitdrukking in 11:31 (als brandoffer aan de HEER opdragen) wordt nog twee keer gebruikt voor mensen, in Genesis 22:2 (Abraham moet Isaäk offeren) en in 2 Koningen 3:27 (de koning van Moab offert zijn zoon), en in beide gevallen gaat het echt om een altaar waarop iemand gedood moet worden.
  2. In het Oude Testament komen wel mensen voor die aan God gewijd zijn, zoals Simson of Samuël. Maar bij Jefta’s dochter wordt er veel nadruk op gelegd dat ze nooit zou trouwen, en een dergelijke wijding door ongetrouwd blijven komt in het Oude Testament niet voor.

Waarom er sprake zou zijn van een levenslange wijding van deze dochter:

  1. Mensenoffers mochten niet in Israël. En had Jefta niet in zijn discussie met de Ammonieten laten zien dat hij goed op de hoogte was van de boeken van Mozes?
  2. Zou de schrijver van Rechters niet negatief gereageerd hebben als dit echt een brandoffer geweest was?
  3. Wat Jefta in 11:31 belooft kun je ook vertalen als een keuze: offeren óf aan de HEER wijden. Jefta heeft dan bij zijn dochter voor het laatste gekozen.
  4. Zowel de schrijver als het meisje leggen er de nadruk op dat ze ongetrouwd bleef, niet dat ze haar leven verloor. Dus zal dat laatste waarschijnlijk niet gebeurd zijn.
  5. Jefta wordt in Hebreeën 11:32 gerekend bij de ‘geloofshelden’; dat zou toch niet kunnen als hij een mensenoffer had gebracht.

Een paar overwegingen bij allebei de reeksen argumenten:

  1. Wat Jefta’s dochter overkwam is zo schokkend, dat het nog jarenlang werd herdacht door de meisjes in Israël. Het was dus zeker iets ongebruikelijks, maar dat zou zowel bij een offerdaad als een levenslange wijding het geval kunnen zijn.
  2. Bij de argumenten aan allebei de kanten vind je een beroep op wat er juist niet staat, of niet duidelijk staat. Maar dat zijn altijd zwakke argumenten, ook omdat onze inschatting van wat er had moeten staan dan een grote rol gaat spelen.
  3. Vanaf het begin van onze jaartelling tot ongeveer de 13e eeuw is men er altijd vanuit gegaan dat er sprake was van een echt brandoffer. In die tijd kende men uit de Griekse verhalen wel meer voorbeelden van een dochter die werd geofferd. Na 1200 is in West-Europa, waar toen nauwelijks heidendom meer voorkwam en mensenoffers ook onbekend waren geworden, de andere uitleg naar voren gekomen, dat het hier over een wijding zou gaan. Dit geeft al aan dat onze uitleg van zo’n geschiedenis gemakkelijk gekleurd kan zijn door de eigen tijd en cultuur.
  4. Bij bijna al deze argumenten kun je weer tegenwerpingen noemen, zodat je een heel complexe discussie krijgt.

Onze conclusie
Het is een moeilijke kwestie, ook de geleerden komen er niet uit. Het is uit de tekst van Rechters voor ons niet duidelijk genoeg op te maken. Blijkbaar gaat het in Rechters niet om deze vraag. Laten we ons dus maar concentreren op wat wel de duidelijke boodschap van dit verslag is.

Extra weetje

Flavius Josephus schreef over Jefta en zijn dochter, gekleurd door zijn eigen tijd en cultuur. Josephus was een Jood, die iets later leefde dan Paulus, en vooral in Romeinse kringen verkeerde. Hij schreef:

Toen hij terugkeerde overkwam hem een ramp, die in geen verhouding stond tot de grote daden die hij had verricht. Want zijn dochter kwam hem tegemoet, zij was zijn enig kind, een maagd. Daarop beklaagde Jefta hevig zijn grote beproeving, en berispte zijn dochter dat ze voorop ging in de begroeting, want hij had gezworen haar aan God te offeren. Toch wees zij wat haar ging overkomen niet geheel af, want zij zou sterven ter gelegenheid van haar vaders overwinning en de vrijheid van haar medeburgers. Zij wenste alleen dat haar vader haar twee maanden verlof gaf om haar jeugd te bewenen met haar medeburgers, en zij stemde ermee in dat na die afgesproken tijd hij met haar zou doen zoals hij had gezworen. Zo gebeurde het: hij offerde zijn dochter als een brandoffer, een offer dat niet in overstemming was met de wet, en evenmin aanvaardbaar voor God.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.