Hulp bij het schrijven van een inleiding

03/09/2010

De artikelen uit de Helprubriek van het afgelopen jaar gingen over de vraag: hoe schrijf ik een inleiding voor jeugdvereniging?

Nu zijn deze artikelen allemaal hier terug te vinden onder een eigen tabblad. Zo kun je ze altijd snel vinden als het jouw beurt is.

Heb jij zelf ook nog tips? Reageer dan onder de pagina, je kunt daar anderen weer mee helpen!


Stimulans XL April 2010

07/05/2010

De XL-artikelen die bij de Stimulans van april 2010 horen, zijn de volgende:

Met excuses voor het ontbreken van het extra materiaal bij het help-artikel over het schrijven van een inleiding. Ik hoop er de komende week nog aan toe te komen.


Sorry!

16/04/2010

In de laatste Stimulans (die vandaag op de mat lag) zitten nog erg veel fouten; Sorry daarvoor! Meestal hebben we het beter afgewerkt, maar deze keer zat degene die dat normaal gesproken doet – ik dus – met een hand in het gips. Sorry, en de volgende keer hoop ik er weer helemaal bovenop te zitten!


Februari ’10

20/02/2010

Stimulans Februari 2010

De nieuwste Stimulans waar materiaal bij is gemaakt, is die van februari 2010.

XL-artikelen deze maand:


Oktober ’09

16/10/2009

De eerste Stimulans waar materiaal bij is gemaakt, is die van oktober 2009.

Extra materiaal bij de volgende artikelen:


December ’09

12/12/2009
Stimulans december 2009

Stimulans december 2009

De tweede Stimulans waar materiaal bij is gemaakt, is die van december 2009.

XL-artikelen deze maand:


Help! Ik heb de inleiding (2)

19/08/2010

Elke keer is er iemand aan de beurt voor de inleiding op vereniging. En nu is het jouw beurt… help! Dit artikel is het tweede van een miniserie over het schrijven van een inleiding. In het vorige artikel ging het over de planning, doelen en indelingen die je daarbij kunt gebruiken. In dit artikel wil ik bespreken hoe je je inleiding inhoudelijk kunt voorbereiden. Je kunt daarbij ook gebruikmaken van dit bijbehorende formulier.

De inhoud voorbereiden: waarom en hoe?

Welke indeling je ook kiest, en welke doelen je ook hebt bedacht (zie het eerste artikel van deze serie): jij bent verantwoordelijk voor de inhoud van de bespreking.

Vergelijk het met een doos met allemaal mooie spullen. Iedereen heeft de doos bekeken en zelfs al even open gehad (voorstudie). Jij mag als inleider de spullen uit de doos gaan halen en anderen uitnodigen om dat ook te doen. Zorg dat je weet wat er in de doos zit. Als niemand zich voorbereidt, heb je kans dat je er maar een paar mooie spullen uithaalt. Misschien zie je de mooiste wel over het hoofd. Maar als jij al weet waar de mooie spullen verstopt zijn, kun je die als vereniging goed bekijken. Daarom is het belangrijk dat je je goed voorbereidt.

Hoe bereid je je goed voor? Begin met gebed! En dan moet je goed lezen wat de anderen ook als voorstudie zullen lezen. Daarnaast kun je nog andere hulpmiddelen gebruiken.

Het bijbelgedeelte

Zoek eerst uit in welke context het bijbelgedeelte staat: aan wie is het geschreven, door wie, over wie, wanneer? En misschien ook: waarom? Het bijbelgedeelte kun je het beste eerst één keer vlot lezen, en daarna preciezer bestuderen. Houd pen en papier bij de hand, en schrijf woorden en zinnen die je niet goed begrijpt, op. Kijk of er refreinen in het gedeelte zitten: worden er woorden herhaald? Zijn er woorden die je aan andere stukken uit hetzelfde bijbelboek doen denken? Leg verschillende vertalingen naast elkaar: vallen je verschillen op? Gebruik de tekstverwijzingen als die in je bijbel staan. Vraag je ook af wat God jou nu met dit gedeelte vertellen wil. Schrijf alles op wat je zo tegenkomt: wat je zo ontdekt hebt én vragen waar je zonder hulp niet uit komt.

Het artikel in de Stimulans

Lees het artikel in de Stimulans goed. Lees ook de teksten waarnaar verwezen wordt (ook als ze tussen haakjes staan). Schrijf een korte samenvatting per alinea. Snap je de hoofdlijn van het artikel? Snap je alle zinnen? Gebruik er een woordenboek bij, of vraag iemand om hulp.

Pak de vragen die je over het bijbelgedeelte had, erbij: staan de antwoorden in het artikel? Schrijf die antwoorden op. Bedenk je nog meer vragen, schrijf die dan ook op.

Andere materialen

Op www.bgj.nl/stimulansxl vind je bij de meeste bijbelstudies en thema-artikelen tips voor de voorbereiding en de bespreking. Daar kun je ook vragen stellen.

Je kunt bijbelcommentaren opzoeken en bijbelstudieboekjes die over het bijbelboek gaan. Misschien hebben je ouders in hun kast bruikbare boeken staan, of bij de dominee, of in de kerk.

Op internet is ook veel te vinden. Blueletterbible.org is een Engelstalige site waar je ook veel commentaren gratis kunt lezen. Houd er wel rekening mee dat iedereen op internet kan schrijven, ook mensen die in dwaalleer geloven. Vraag bijvoorbeeld je ouders om mee te kijken. En vergelijk wat er staat met wat in de andere materialen stond.

Mensen

Je kunt altijd anderen om hulp vragen. Zeker als het gaat om bijbelstudie: je bent niet in je eentje gemeente. Je weet vast wel iemand die jij wijs vindt, waar je wat van zou kunnen leren. De meeste mensen zullen het fijn vinden om jou te helpen.

De volgende keer: inleiding schrijven.

(Extra tip: dit artikel kun je ook met je vereniging bespreken. Hoe? Kijk daarvoor op Stimulans XL: Bij: help! ik heb de inleiding (2).)


Help! Ik heb de inleiding (1)

19/08/2010

Elke keer is er iemand aan de beurt voor de inleiding op vereniging. En nu is het jouw beurt… help! Dit artikel is de eerste van een miniserie over het schrijven van een inleiding. In dit artikel wil ik bespreken welke doelen je daarbij kunt hebben. Zodat je doelgericht kunt schrijven. Bespreek dit ook eens als vereniging: leer van elkaar.
(Ik bedoel met inleiding: een verhaal (kort of lang) dat je op papier zet om voor te dragen om de bespreking van een bijbelgedeelte (of thema) op gang te brengen.)

Planning

Je kunt het beste werken met een stappenplan: wat doe je eerst, wat daarna? Een voorbeeld:

  • doelen bepalen
  • bepalen welke vorm je wil gebruiken (indelingen)
  • inhoud voorbereiden (studie)
  • evt. extra voorstudiemateriaal
  • schrijven
  • correctie
  • verdere vormgeving

Bedenk ook hoeveel tijd je waarschijnlijk voor elk van deze stappen nodig zult hebben, en zet het in je agenda. Doe niet alles op één dag.
In deze artikelen zal ik de stappen van dit plan verder uitwerken. Vandaag de eerste twee stappen.

Doelen

Een inleiding schrijven doe je met een doel. Of eigenlijk: met meerdere doelen tegelijk. Het is belangrijk dat je weet welke je wil bereiken. Als je je inleiding aan het schrijven bent, kun je ze gebruiken als checklist.
In het lijstje dat nu volgt, staan allemaal doelen die je kunt nastreven. Sommige gelden automatisch, op andere kun je de ene keer meer nadruk leggen dan de andere keer.

  • Bijbelstudie op gang brengen
  • Gespreksonderwerp(en) voorbereiden
  • Je eigen bijbelkennis vergroten
  • Bijbelkennis van je verenigingsgenoten vergroten
  • De Here beter leren kennen
  • Jezelf en anderen stimuleren om de Here in de praktijk te dienen
  • Actuele vragen behandelen
  • Je eigen mening over een onderwerp geven
  • De mening van een ander doorgeven (bijv. van een auteur)

(Als je het 3e en 4e doel bekijkt, kun je daar ook nog bij vragen: wat voor bijbelkennis wil je bijbrengen? Een gedeelte heel grondig, of de samenhang tussen verschillende bijbelgedeelten?)

Besprekingsvragen:

1: Welke doelen herken je in de inleidingen die je de afgelopen maand op vereniging hebt gehoord?
2: Welke doelen vinden jullie het belangrijkst, en waarom? Schrijf ze op.
3: Zijn er doelen die je wel wil halen, maar die je zelf moeilijk vindt om in een inleiding te verwerken?

Indelingen

Als je je doelen bepaald hebt, kun je gaan nadenken over hoe je die doelen wil vormgeven. Misschien is er op je vereniging een gewoonte hoe een bespreking eruit ziet, maar je kunt bij elke inleiding opnieuw bedenken hoe je de avond wil inrichten. Je kunt grofweg 3 indelingen tegenkomen:

  • Eerst inleiding, dan bespreking;
  • Alleen een bespreking;
  • Mengvormen van inleiding en bespreking.

Je kunt bij ‘bespreking’ ook aan creatieve werkvormen denken. Op www.bgj.nl/stimulansxl geven we bij een aantal Stimulans-artikelen voorbeelden van creatieve werkvormen. (Ook bij dit artikel vind je zo’n voorbeeld.)

Besprekingsvragen

4: Bespreek de voordelen en nadelen van de verschillende indelingen.
5: Komen de doelen die je bij vraag 2 hebt genoemd, tot hun recht bij al deze indelingen?

In alle gevallen is het belangrijk dat je de inhoud goed voorbereidt. Maar daarover de volgende keer.


Help! Ik heb de inleiding (3)

19/08/2010

Elke keer is er iemand aan de beurt voor de inleiding op vereniging. En nu is het jouw beurt… help! Dit artikel is het laatste van een miniserie over het schrijven van een inleiding. Het eerste artikel ging over de planning, doelen en indeling. In het tweede artikel stond hoe je je inleiding inhoudelijk kunt voorbereiden. Nu gaat het over het daadwerkelijk schrijven van de inleiding.

Bid de Here om wijsheid, voordat je gaat schrijven. Vraag of Hij jou wil gebruiken als een instrument om zijn boodschap aan de anderen door te geven.
Kijk terug naar de doelen (zie artikel 1): kun je je doel preciezer omschrijven?
Ga met een fluorstift door je aantekeningen (zie artikel 2): wat wil je aan de rest doorgeven? Zet dat op losse papiertjes (of plakpapiertjes), zodat je ermee kunt schuiven.
Verdeel het in twee groepen: wat wil jij vertellen en wat wil je door de anderen zelf laten ontdekken of bespreken? Sommige stukjes kun je bij allebei kwijt: schrijf dan twee papiertjes.

Schuiven

Nu moet je de inhoud ordenen: schuif je papiertjes hiervoor op een logische volgorde. Bijvoorbeeld, als het een bijbelstudieonderwerp is:

  1. context (voorgeschiedenis van het centrale bijbelgedeelte)
  2. het bijbelgedeelte in detail (met verbanden naar andere bijbelgedeelten)
  3. het bijbelgedeelte kort samenvatten en de context er ook weer bij betrekken
  4. lessen voor nu trekken

Een ander idee is: het bijbelgedeelte aan de hand van vragen laten bespreken, de antwoorden plenair bespreken en dan de lessen voor nu te trekken (eventueel weer aan de hand van vragen).
Als het over een thema gaat, kun je het Stimulans-artikel gebruiken om je volgorde te bepalen.
Bedenk of je hulpmiddelen wilt gebruiken, zoals een beamer, (white)board, flapover of plaatjes.

Schrijven – de basis

Typ je papiertjes op volgorde uit. Wat bij één deelonderwerp hoort, mag samen onder één (vet gemaakt) tussenkopje. Dit wordt de basis van je tekst.

Dan begint nu het echte schrijfwerk. Neem iemand van je vereniging in gedachten, en doe alsof hij voor je zit. Schrijf het op zoals jij het tegen die persoon zou zeggen. Je tekst is namelijk geen leestekst, maar een luistertekst. Werk zo elk deelonderwerp uit. De rest (openingsalinea, slot, voorbeelden) kun je er later bij schrijven.

Vaak ontdek je tijdens het schrijven dat je nog vragen hebt over het bijbelgedeelte of het onderwerp. Zijn het kleine vragen, schrijf ze dan ergens apart op (‘parkeer’ ze even): die kun je uitzoeken als je de rest af hebt. Als het vragen zijn waardoor je niet verder kunt schrijven, zoek er dan wel eerst een goed antwoord op. Vragen die jij tijdens het schrijven hebt, kunnen goede vragen zijn voor de bespreking; schrijf ze dus in een lijstje en bewaar die.

Nu heb je het grootste gedeelte af. Controleer jezelf: heb je je aan je doelstelling gehouden? Hoe lang duurt het om het voor te lezen? Lees de tekst een paar dagen later nog een keer door: snap je je eigen tekst nog?

Schrijven – Afwerking

Zoek antwoorden op de vragen die je nog had, verwerk die in je inleiding of houd ze apart voor de bespreking. Bedenk nu voorbeelden, die sommige stukjes duidelijker maken (hoeft niet, maar het kan je inleiding mooier maken). Zet ze op een logische plek in je verhaal. Misschien kun je een voorbeeld gebruiken als opening. Zorg voor een duidelijke opening, waarin je vertelt waar je het over gaat hebben (noem bijvoorbeeld de tussenkopjes). En bedenk een slot: je kunt eindigen met een praktijkvoorbeeld en een vraag, die in de bespreking verder uitgewerkt kan worden.

Een andere keer: de laatste stap – de bespreking voorbereiden. Voor tips kun je altijd op StimulansXL terecht.


Bij: Bijbelstudie 1: 1 kor 14 – orde in de kerkdienst

07/05/2010

In het artikel in de Stimulans staan verschillende onderwerpen. In je inleiding kun je die onderwerpen allemaal apart bespreken. Let dan wel op.

  • Als je elk onderwerp helemaal uitgebreid wilt behandelen, kom je tijd te kort.
  • Paulus bespreekt deze onderwerpen samen: het hoort bij elkaar.

Hieronder geef ik een paar aanvullende adviezen bij het artikel in de Stimulans. Je kunt ze waarschijnlijk niet allemaal tegelijk uitwerken, daarvoor is het teveel.

Hoofdstuk 14 en de rest van de brief

Dit hoofdstuk is niet een losse brief. Je kunt zeggen dat Paulus in de hele brief vóór hoofdstuk 14 al veel van dit hoofdstuk heeft verklapt. Dat kun je als uitgangspunt voor je inleiding nemen. Neem in je voorbereiding bijvoorbeeld deze vraag als kernvraag:

  • Hoofdstuk 14 zou je de uitwerking / toepassing van hoofdstuk (11,) 12 en 13 kunnen noemen. Hoe heeft Paulus zijn lezers voorbereid op deze ‘strenge’ regels?

Je kunt deze vraag in je inleiding in stukjes aan de orde stellen: bespreek elke keer één deel-advies van Paulus, en vraag aan het eind van elk deeladvies: waar heeft Paulus dit advies al eerder gegeven of voorbereid?

Een andere aanpak is: begin je inleiding met een samenvatting van wat Paulus in de hoofdstukken hiervóór heeft geschreven (en wat je als vereniging dan ook afgelopen jaar behandeld hebt). Bespreek dan hoofdstuk 14, en herhaal na elk onderdeel weer een stukje uit je samenvatting dat over dat onderwerp ging (bijvoorbeeld: ‘zoals Paulus eerder, in hoofdstuk 12 schreef dat elk lid zijn eigen taak heeft in de gemeente’).

Bespreek tenslotte nog wat de algemene lessen zijn, en wat Paulus in een brief aan jullie gemeente zou kunnen schrijven.

Wat mogen vrouwen wel, wat niet?

In het artikel van de Stimulans gebruikt ds. Anderson verschillende begrippen. Het is handig om deze goed uit elkaar te houden.

  • profetie – directe boodschap van God
  • uitleg / evaluatie / leren / vragen stellen / interpreteren – wat betekent deze boodschap precies?
  • toepassing – in de eigen situatie doen wat er gezegd is

Het hele stuk over wat vrouwen wel en niet mogen, wordt duidelijker als je deze begrippen in de gaten houdt. Let ook op het verschil tussen ‘in de eredienst’ en ‘thuis’ (of buiten de eredienst). In schema:

tijdens de eredienst buiten de eredienst
profetie
uitleg / vragen stellen
toepassen

Dit schema kun je niet alleen proberen samen in te vullen. Bespreek ook waar Paulus het nog meer over deze onderwerpen heeft gehad, en welke argumenten hij daarbij gebruikt heeft. Je kunt het ook nog aanvullen met voorbeelden uit het oude en nieuwe testament, bijvoorbeeld de in het artikel genoemde profetie van Agabus (Handelingen).

Extra verdieping

Paulus noemt ‘de wet’ als argument. Hieronder geef ik een extra uitwerking van dat argument, je zou dit ook in je inleiding kunnen verwerken.

In ‘de wet’ (de boeken van Mozes) was o.a. veel geregeld voor de eredienst van het Oude Testament. De priesterambten waren voor de mannen: offers brengen, verzoening bewerken. In het Nieuwe Testament is het grootste offer gebracht. De verkondiging (de preek) heet ook wel ‘de bediening van de verzoening’. (2 kor. 5: 18-20 NBG-’51, in de Nieuwe BijbelVertaling is dit minder duidelijk; zie ook Dordtse Leerregels hoofdstuk 3/4 artikel 6, 9, 10 en 11). Als deze verkondiging inderdaad een nieuw-testamentische invulling van de priesterambten is, is het logisch dat alleen mannen dat mogen doen.


Psalm 90 om te zingen bij bijbelstudie 2: 1 Kor. 15

16/04/2010

Wat heeft psalm 90 te maken met 1 Korintiërs 15?

Zie je dat staan, in het laatste vers van 1 Korintiërs 15? Je spant je nooit tevergeefs in! Als jij je helemaal voor de Heer inzet, zorgt Hij gegarandeerd voor een positief resultaat.

Het garantiebewijs? De opstanding van Jezus. Door Gods genade sta jij óók op, zíjn overwinning op de dood en op alle zinloosheid geldt ook voor jou. – Dat geloof je toch?

Psalm 90

Kijk nu eens naar Psalm 90, een gebed van Mozes. Ook daar gaat het over schijnbaar zinloos geploeter. En het slot van die psalm:

Laat ons uw genade zien, Heer, onze God.
Bevestig het werk van onze handen.
Het werk van onze handen, bevestig dat.

Dat herinnert me aan 1 Korintiërs 15 : 58:

wees standvastig en onwankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn.

Mozes trekt veertig jaar lang met het volk Israël door de woestijn op en neer. Veertig jaar straftijd, omdat ze zo hardnekkig geweigerd hebben op de Heer te vertrouwen. En wie al volwassen was bij de uittocht, zal het beloofde land niet zien. Die zal sterven in de woestijn (Numeri 14 : 28-35). Is het leven dan niet zinloos? Tevergeefs? Wat is er dán nog te zingen?

Psalm 90 is dan ook een klacht, over zonden en Gods rechtvaardige straf. Over een leven vol moeite en een al te vroege dood. Maar ook een eerbiedig gebed om daar wijs mee om te gaan. ‘Wijsheid’ is kinderlijk ontzag voor God, eerbiedig naar hem luisteren.

De dichter ís wijs. Daarom begint hij zijn lied met de uitweg uit de zinloosheid: vluchten naar God. “Heer, u bent ons een toevlucht geweest van geslacht op geslacht.” Na zijn klacht komt hij er ook weer op terug. Hij doet een beroep op Gods trouw, hij vraagt om ontferming over zondaren. Steeds vrijmoediger: “Geef ons vreugde, vergoed de dagen dat u ons kwelde”, “Toon uw daden aan uw dienaren, maak uw glorie bekend aan hun kinderen.”

Hé, dat heeft Mozes ook voor zichzelf gebeden, na de zonde met het gouden kalf (Exodus 33 : 13, 18). En wat was Gods antwoord? Hij maakte zijn Naam bekend. De Heer, die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, die duizenden geslachten zijn liefde bewijst, die schuld, misdaad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat. Hij beloofde ook dat hij ongelooflijk grote wonderen zou doen voor de ogen van zijn volk (Exodus 34 : 6-7 en 10-11). Genade!

Zelfs in die zware straf in Numeri 14 zie je Gods genade. Let op vers 31: “Jullie kinderen (…) zal ik er wel brengen. Zij zullen het land dat jullie versmaad hebben, leren kennen.”

Zie je, dat er ook in Psalm 90 voor die kinderen speciale aandacht is? (welke verzen?)

1 Korintiërs 15

Paulus noemt het volk Israël in de woestijn als voorbeeld voor ons, in 1 Korintiërs 10. Met de waarschuwing: wees niet zo ongelovig en hardnekkig als Israël toen. Ook de kerk kun je wel typeren als een volk op woestijnreis. Uit de slavernij van de zonde bevrijd. Maar nog wel vaak in dikke problemen. Smachtend naar leven en geluk, die onbereikbaar lijken. Toch op weg naar het beloofde land, waar we op de dag van Jezus’ terugkomst zullen thuiskomen. Wijzelf. Ondanks onze zonden.

Kijk, dan heb je meteen het grote verschil te pakken: Jezus heeft niet alleen onze zonden weggedaan aan het kruis, hij is ook opgestaan. Dat is het garantiebewijs dat ook wij straks zullen opstaan. Met een splinternieuw lichaam. Ongelooflijk…

Geloof je dat? Paulus zegt: “Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zijn wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn.” Want als Christus niet is opgewekt, is je geloof nutteloos, ben je nog een gevangene van je zonden, en word je niet gered (1 Kor. 15 : 17-19).

Maar – voegt hij er meteen aan toe – Christus is werkelijk uit de dood opgewekt. Als eerste. En wij komen achter Hem aan, op zijn tijd.


Bij: Thema-artikel ‘Heer, dank U voor de moslims. Amen.’

16/04/2010

Hieronder vind je tips voor de bespreking van het thema-artikel ‘Heer, dank U voor de moslims. Amen.’ uit de Stimulans van april 2010.

Voorbereiding: discussies op internet
Als je veel tijd hebt om je inleiding voor te bereiden, zoek dan eens op internet (bijvoorbeeld op het gkv-forum of op credible) discussies tussen christenen en moslims op. Lees er eens wat van door. Houd daarbij deze dingen in gedachten:

  1. maar een klein deel van de moslims houdt zich met dit soort internetdiscussies bezig; daarom laat zo’n discussie maar één kant van de Islam zien.
  2. welk beeld hebben de moslims in deze discussie(s) van het christendom? Klopt dat beeld? Zo nee, waar komt dat beeld dan vandaan?
  3. waar komen de argumenten van de moslims in deze discussie(s) vandaan? Gevoel, ervaring, gezag van geleerden, de koran, de bijbel, logica? En van de christenen in de discussie(s)?
  4. als je citaten uit de koran tegenkomt, die je kunt gebruiken in je inleiding of de bespreking, schrijf die dan op. Doe dat ook met bijbelcitaten.
  5. maak aan de hand van de discussie(s) eens een lijstje met overeenkomsten en verschillen (houd hierbij ook weer nr. 1 in gedachten!).

Beginopdracht: hoe kijk jij naar de Islam?
Het thema-artikel lijkt op een spinnenwiel: het midden (de as) van het wiel is de Islam, de spaken zijn verschillende manieren waarop je naar de Islam kunt kijken. Je kunt je inleiding beginnen met de opdracht voor 2 of 3 groepjes: teken dit wiel (hoeveel spaken heeft dit wiel?) en schrijf bij elke spaak heel kort hoe je volgens het artikel naar de Islam kunt kijken. Verzamel de wielen van de verschillende groepjes en maak er één wiel van. Hoe kijk jij naar de Islam? Lees de spaken één voor één voor: iedereen mag zijn hand één keer opsteken.

Inleiding: verschillen en overeenkomsten
Je kunt in je inleiding de verschillen en overeenkomsten tussen Islam en Christendom die in het artikel genoemd worden, bespreken. Stel na je uitleg van elk verschil deze twee vragen:

  1. welke opvatting is het meest aantrekkelijk, en waarom?
  2. En welke opvatting is waar, en waarom? Verzamel hiervoor ook bijbelgedeelten tijdens je voorbereiding, schrijf ze op.

Je kunt er ook voor kiezen om één onderwerp uit te werken, in plaats van alle genoemde verschillen en overeenkomsten. Kies dan voor (één van) deze twee onderwerpen:

  • Wie is God? (Drieëenheid ja of nee)
  • Wie is de christen of moslim ten opzichte van God? (mensbeeld)

Bij het tweede onderwerp (wie is de christen of moslim ten opzichte van God?) kun je de vraag ook persoonlijker maken: wie ben jij ten opzichte van God?

Creatieve werkvorm daarbij: Vier vellen papier en stiften; boven het ene vel: moslim; boven het tweede: christen; boven de derde: God van de bijbel; boven de vierde: Allah van de Koran. Laat iedereen termen opschrijven als: ‘knecht’, ‘zoon’, Vader, Heer, wetten, vrijheid, almachtig, genadig, enzovoorts. Je zult zien dat sommige termen op twee vellen komen te staan. Bespreek die termen ook.

Bij het tweede onderwerp (wie is de christen of moslim ten opzichte van God?) kun je de vraag ook persoonlijker maken: wie ben jij ten opzichte van God?