Wat heeft psalm 90 te maken met 1 Korintiërs 15?
Zie je dat staan, in het laatste vers van 1 Korintiërs 15? Je spant je nooit tevergeefs in! Als jij je helemaal voor de Heer inzet, zorgt Hij gegarandeerd voor een positief resultaat.
Het garantiebewijs? De opstanding van Jezus. Door Gods genade sta jij óók op, zíjn overwinning op de dood en op alle zinloosheid geldt ook voor jou. – Dat geloof je toch?
Psalm 90
Kijk nu eens naar Psalm 90, een gebed van Mozes. Ook daar gaat het over schijnbaar zinloos geploeter. En het slot van die psalm:
Laat ons uw genade zien, Heer, onze God.
Bevestig het werk van onze handen.
Het werk van onze handen, bevestig dat.
Dat herinnert me aan 1 Korintiërs 15 : 58:
wees standvastig en onwankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn.
Mozes trekt veertig jaar lang met het volk Israël door de woestijn op en neer. Veertig jaar straftijd, omdat ze zo hardnekkig geweigerd hebben op de Heer te vertrouwen. En wie al volwassen was bij de uittocht, zal het beloofde land niet zien. Die zal sterven in de woestijn (Numeri 14 : 28-35). Is het leven dan niet zinloos? Tevergeefs? Wat is er dán nog te zingen?
Psalm 90 is dan ook een klacht, over zonden en Gods rechtvaardige straf. Over een leven vol moeite en een al te vroege dood. Maar ook een eerbiedig gebed om daar wijs mee om te gaan. ‘Wijsheid’ is kinderlijk ontzag voor God, eerbiedig naar hem luisteren.
De dichter ís wijs. Daarom begint hij zijn lied met de uitweg uit de zinloosheid: vluchten naar God. “Heer, u bent ons een toevlucht geweest van geslacht op geslacht.” Na zijn klacht komt hij er ook weer op terug. Hij doet een beroep op Gods trouw, hij vraagt om ontferming over zondaren. Steeds vrijmoediger: “Geef ons vreugde, vergoed de dagen dat u ons kwelde”, “Toon uw daden aan uw dienaren, maak uw glorie bekend aan hun kinderen.”
Hé, dat heeft Mozes ook voor zichzelf gebeden, na de zonde met het gouden kalf (Exodus 33 : 13, 18). En wat was Gods antwoord? Hij maakte zijn Naam bekend. De Heer, die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, die duizenden geslachten zijn liefde bewijst, die schuld, misdaad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat. Hij beloofde ook dat hij ongelooflijk grote wonderen zou doen voor de ogen van zijn volk (Exodus 34 : 6-7 en 10-11). Genade!
Zelfs in die zware straf in Numeri 14 zie je Gods genade. Let op vers 31: “Jullie kinderen (…) zal ik er wel brengen. Zij zullen het land dat jullie versmaad hebben, leren kennen.”
Zie je, dat er ook in Psalm 90 voor die kinderen speciale aandacht is? (welke verzen?)
1 Korintiërs 15
Paulus noemt het volk Israël in de woestijn als voorbeeld voor ons, in 1 Korintiërs 10. Met de waarschuwing: wees niet zo ongelovig en hardnekkig als Israël toen. Ook de kerk kun je wel typeren als een volk op woestijnreis. Uit de slavernij van de zonde bevrijd. Maar nog wel vaak in dikke problemen. Smachtend naar leven en geluk, die onbereikbaar lijken. Toch op weg naar het beloofde land, waar we op de dag van Jezus’ terugkomst zullen thuiskomen. Wijzelf. Ondanks onze zonden.
Kijk, dan heb je meteen het grote verschil te pakken: Jezus heeft niet alleen onze zonden weggedaan aan het kruis, hij is ook opgestaan. Dat is het garantiebewijs dat ook wij straks zullen opstaan. Met een splinternieuw lichaam. Ongelooflijk…
Geloof je dat? Paulus zegt: “Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zijn wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn.” Want als Christus niet is opgewekt, is je geloof nutteloos, ben je nog een gevangene van je zonden, en word je niet gered (1 Kor. 15 : 17-19).
Maar – voegt hij er meteen aan toe – Christus is werkelijk uit de dood opgewekt. Als eerste. En wij komen achter Hem aan, op zijn tijd.